Brief aan Nederland: Waar is ons hart?

kamp moria

Lieve Nederland,

Kamp Moria. Eén van de meest inhumane plekken van de wereld, wat zich gewoon bevindt in Europa. Het oh-zo welvarende Europa. Terwijl duizenden mensen in inhumane omstandigheden leven, kijken we weg. We doen alsof we blind zijn. We doen alsof we doof zijn. Het gevoel van machteloosheid knaagt al dagen aan me. Als het aan mij lag, zat ik bij de Nederlandse grens met een kopieerapparaat en was ik dagenlang paspoorten aan het drukken tot het land écht vol zou zitten. Natuurlijk is dit geen oplossing voor het probleem.

Onlangs keek ik op Cinetree de documentaire Human Flow. De beelden doen me ergens denken aan de Tweede Wereldoorlog. Duizenden mensen, kampen, hongersnood en een uitzichtloze toekomst. Als je deze documentaire ziet, draait je maag letterlijk om. Ik kan maar niet geloven dat dit voor sommige mensen al jaren de werkelijkheid is. En dan te beseffen dat Nederland er maar niks mee te maken wilt hebben.

Bij de talkshow M zaten afgelopen juli Joodse onderduikkinderen uit de Tweede Wereldoorlog, waaronder ook oud-journalist Hanneke Groenteman. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waagden mensen hun leven voor de senioren die aan tafel zaten bij de talkshow. Deze verzetsmensen waren bereid hun eigen leven te geven, voor kinderen die zij niet eens kende. Het offer wat wij nu hoeven te brengen is nihil. Sterker nog, wij hoeven niet eens een offer te brengen. De groep senioren zette zich in voor de 500 kinderen van kamp Moria. Maar hun actie mocht niet baten, Nederland stemde harteloos ‘nee’. Beter gezegd, Den Haag stemde ‘nee’. Ruim 150 gemeenten hadden gezegd kinderen te willen opvangen, maar toch stemde de Tweede Kamer ‘nee’.

Ik heb vaak gedacht aan die 500 kinderen die Nederland niet wil verwelkomen. Wat als ik het was geweest? Wat als mijn ouders mij alleen naar Griekenland gestuurd hadden, omdat ze zelf geen geld hadden om mee te gaan én ik nu als 15 jarig meisje in kamp Moria zat? Alleen – zonder ouders – in een onbekend land – met een onbekende taal – met onbekende mensen – in een inhumane situatie.

Ik hoor en lees regelmatig ‘In Nederland hebben heel veel mensen het al moeilijk én deze moeten we eerst helpen‘ en ‘Nederlanders eerst‘. Is een Nederlands leven dan meer waard dan een Syrisch of Afghaans leven? Ik kan er niet bij dat het ene leven meer waard is dan het andere leven. Het enige verschil tussen mij en een Syrische vluchteling is dat ik het privilege heb dat ik in Nederland geboren ben. Deze kinderen hebben net zoals alle andere kinderen dromen, talenten, gevoelens, een ziel en een kloppend hart.

Naast het argument dat we ‘eerst de Nederlanders zouden moeten helpen’ worden er nog meer tegenargumenten genoemd. Zo wordt er vaak gezegd dat de kinderen probleemkinderen zullen worden, omdat ze getraumatiseerd zijn. En dat straks de families van de kinderen ook willen komen. En dat Nederland al zo dichtbevolkt is. In plaats van onderzoek te doen naar de daadwerkelijke gevolgen en mogelijke oplossingen, kiest Den Haag de laffe weg. De gedachten van bovenstaande tegenargumenten zijn dan ook al genoeg om kinderen te laten verrotten in kamp Moria. Genoeg om kinderen op straat te laten slapen. Genoeg om kinderen geen uitweg te bieden en ze een toekomst te ontnemen.

Want zou Nederland dan echt naar de gallemiezen gaan als we deze 500 kinderen opvang bieden? Of willen bepaalde partijen bewijzen dat zij voet bij stuk houden, zodat ze betrouwbaar zijn met het oog op 17 maart?

En natuurlijk is het niet alleen een Nederlands probleem, maar hebben de andere rijke Europese landen hier ook een aandeel in. Hoe fantastisch zou het zijn als alle EU landen de koppen bij elkaar zouden steken en de mensen eerlijk zouden verdelen op basis van welvaart en ruimte? Ik zie dit echter nog lang niet gebeuren, aangezien velen de rol van de Europese Unie zo klein mogelijk willen houden. Ook Brussel speelt een politiek spelletje, dat beslist over het lot van duizenden onschuldige kinderen die niet om een plek op deze wereld gevraagd hebben.

Alsnog heeft Nederland eigenlijk tegen Griekenland gezegd: ‘de groeten, zoek het maar uit‘. Een land wat zo goed als failliet is en waar al bijna geen kansen zijn, laten we het uitzoeken met duizenden vluchtelingen. We sturen af en toe wat geld en daar moeten ze het mee doen. Nederland is de rijke vader die zijn kind nooit ziet, af en toe wat geld stuurt en verwacht dat dit genoeg is. Er wordt geen rekening gehouden met het kind dat voor altijd daddy issues zal hebben en de liefde mist van zijn vader. Griekenland mist de liefde van Nederland. Geld is niet het antwoord. Liefde is het antwoord. Vandaar mijn grote vraag: Nederland, waar is ons hart?

Yaika Tak

Photo by Julie Ricard on Unsplash

Volg:
Share:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *